Alentejo

Alentejo

Alentejo is een zuid-centraal gebied in Portugal. De naam, “além do Tejo” betekent letterlijk “over de Taag”. Het gebied is in het noorden begrensd door de Taag met ten noorden daarvan de regio Centro. In het oosten door Spanje en in het westen door Lissabon en de Atlantische Oceaan. Tot slot in het zuiden door de Algarve.

De belangrijkste steden zijn Évora (hoofdstad), Portalegre, Beja en Sines. Het is een dunbevolkte regio.

 

 

 

Topografisch varieert het landschap erg, met de golvende velden in het zuiden tot granieten heuvels die in het noordoosten aan Spanje grenzen. Om de waterbehoefte te dekken zijn er een aantal dammen gebouwd. De bekendste is de Alqueva-dam in de Guadianarivier, waardoor een meer van 250 km² is ontstaan.

Alentejo, ook wel de “broodmand” van Portugal genoemd, is een gebied met open land met golvende velden en vruchtbare grond. Er zijn enkele steden en erg veel heel kleine dorpjes. Bij de heuvels in de buurt van Estremoz zijn vaak marmergroeves, waar wit, grijs, zwart en roze marmer gevonden wordt.

 

Natuurparken

Ten oosten van Portalegre ligt het Parque Natural da Serra de São Mamede, een fascinerend natuurpark met oude middeleeuwse dorpjes die nog weinig veranderd zijn. In het zuiden bij Mértola is het Parque Natural do Vale Guadiana. Dit is merendeels onbewoond en is het tegenovergestelde van het eerste. In het westen is de kuststrook die van de haven van Sines tot Kaap van São Vicente loopt het Parque Natural do Sudoeste Alentejano e Costa Vicentina. Ten noorden van Sines tot aan Tróia heet de kuststrook de Costa Azul.

Forten

Omdat een deel van Alentejo langs de Spaanse grenst ligt, zijn daar destijds forten gebouwd. De nazaten van de familie Bragança, die jarenlang over Portugal heerste, hebben nog steeds grote ommuurde kastelen. Zij stonden vaak op heuveltoppen, om zo met vuren signalen aan elkaar door te geven.

Landschap

De kurkeik is een beschermde boomsoort. Het oogsten van kurk geschiedt eenmaal per negen jaar. De bast is de basis om handtassen, portefeuilles en zelfs kleding van te maken. Dit doet men door de bast in water te koken waarmee deze dan ongeveer 30% in volume toeneemt. Men kan er nu hele dunne plakken van snijden. Deze plakken plakt men vervolgens op de plastic om er hierna de genoemde voorwerpen van te maken. De Alentejo is de grootste kurkproducent in de wereld.
De steeneik is eveneens een beschermde boomsoort. In de streek zijn in uitgestrekte velden vele zeer oude exemplaren te vinden. De steeneik is een van de symbolen van de regio.

 

Met dank aan M. van der Poel en R. Prijs voor het mogen gebruiken van enkele van hun foto’s.

Reacties gesloten.